Plaatsingsdatum: juni 18, 2020

In deze turbulente tijd schrijven de vijf beroepskrachten van het cluster Adventskerk-Oosterkerk dagelijks een blog. Van maandag tot en met vrijdag bloggen zij om beurten. Ter bemoediging, inspiratie, voor saamhorigheid. We plaatsen de nieuwe blog telkens bovenaan; de eerdere blogs zijn eronder te lezen.

18 juni – Iemke Epema: Wie ben ik?

Het is ochtend als ik aan deze column begin. Beide kinderen zijn naar school. Wat een heerlijke rust in huis. Dat ervaar ik nog steeds als iets heel bijzonders. Bij de koffie lees ik in de krant een column van Welmoed Vlieger, een van mijn favoriete columnisten. Ze begint met de vraag: Wie ben ik werkelijk? Is er op deze wereld een plek voor mij, een betekenis voor mij, voor mijn persoon, voor mijn leven?

De column heeft de titel Aan wie zal ik mijn leven geven?  Ze schrijft over jongeren die in deze wereld op zoek zijn naar oriëntatie, houvast en betekenis. Hoe kunnen jongeren zichzelf leren kennen in een samenleving die voor een belangrijk deel drijft op uiterlijkheid, groepsdenken, prestatiedrift en succes, en waarin door commercie gedreven influencers bepalen hoe je je moet kleden en gedragen om erbij te horen?  Hoe leren ze zichzelf te aanvaarden, te vertrouwen op de diepe bron van Liefde die hen draagt, hoe komen ze daarmee in contact?

Met de vragen uit de column nog in mijn hoofd loop ik naar boven en open een mail van een medewerker van jongerenorganisatie JOP (Jong Protestant). Ze stuurt me een artikel waarin een bijzonder verhaal verteld wordt. Het speelt in een klas op een basisschool in Amsterdam met 8- en 9-jarige kinderen. De culturele en levensbeschouwelijke achtergrond van de kinderen is divers. De juf vertelt hen het verhaal van de profeet Jona uit de Bijbel en dat van de profeet Joenoes uit de Koran. De kinderen ontdekken overeenkomsten en verschillen. De rol van God bleef in het gesprek nog wat op de achtergrond. Maar dan dient Houdayfa zich aan.

Juf Anna: ‘Je wilt nog iets zeggen.’
Houdayfa : ‘Ik wil iets zeggen. Toen Jona overboord werd gegooid en door de vis werd doorgeslikt. Die vis was eigenlijk God.’
Juf Anna: ‘Hé, leg dat eens uit.’
Houdayfa: ‘God had de vis geroepen. Maar God riep zichzelf. Toen was God die vis. God had Jona geslikt.’
Juf Anna: ‘Opgeslokt. En toen?’
Houdayfa: ‘En toen was Jona drie dagen in de buik.’
Juf Anna: ‘Hoor je wat hij denkt? Hij denkt dat God de vis was, die Jona ging redden eigenlijk.’
Houdayfa: ‘En daarom ging hij bidden. Want God was ook in die buik en Hij hoorde Jona’s spijt. En daarom heeft hij Jona weer uitgespuwd.’

Wat een verbluffende uitleg: Maar God riep zichzelf. Toen was God die vis. God als de macht die hem eerst ruimte bood om tot zelfinzicht te komen en toen weer grond onder de voeten gaf. Wat een diep inzicht van een 9-jarige in de bron die ons draagt.

Dit kleine verhaal ontroert me op deze dag. En het vervult mij met hoop. Hoop in de kracht van dat eeuwenoude verhaal van God en mensen. Dat Verhaal zal zijn werk echt wel  blijven doen. Ook in deze bizarre tijd. Ook te midden van alle verwarring, vervreemding, verdeeldheid en vragen. We hebben het nodig.

Iemke Epema

Vorige blog:

17 juni

Volgende blog:

19 juni